Recovery Manager (RMAN) Verbeteringen In Oracle9i - Configuratie Parameters

Met de komst van Oracle 9 kwamen er een groot aantal verbeteringen met betrekking tot RMAN (Recovery Manager). Hieronder de belangrijkste

Het CONFIGURE commando kan gebruikt worden om bepaalde parameters eenmaal te zetten voor alle  volgende jobs. Deze data wordt opgeslagen in een controlfile welke gesynchroniseerd kan worden naar de recovery catalog.

Een Rententie Policy definiëerd welke backup niet meer nodig is. Dit kan op een van de volgende manieren geconfigureerd worden:


CONFIGURE RETENTION POLICY TO RECOVERY WINDOW OF 7 DAYS;
CONFIGURE RETENTION POLICY TO REDUNDANCY 5;
CONFIGURE RETENTION POLICY TO NONE;


De recovery window wordt gebruikt om er zeker van te zijn dat er altijd genoeg backups zijn om de database te kunnen recoveren naar een punt in de tijd aangegeven met "x-days". Elke backup die buiten de x-days valt, kan verwijderd worden.
Redundancy specificeert het aantal backups of kopiën dat bewaard zou moeten worden om recoverability te kunnen verzekeren.
Tot slot kan de retention policy verwijderd worden.


Als er meerdere copies van iedere backup nodig zijn kan dat op de volgende manier geconfigureerd worden:


CONFIGURE [DATAFILE | ARCHIVELOG] BACKUP COPIESFOR DEVICE TYPE <device_type_spec> TO <n>


Het SET BACKUP COPIES commando kan gebruikt worden op de default settings te overrulen voor single jobs waar nodig.

Alle I/O operaties vereisen dat een device type gezet wordt naar disk of tape. Een default waarde kan gezet worden met:


CONFIGURE DEFAULT DEVICE TYPE TO [DISK | SBT];


De default "degree of parallelism" voor het device type kan ook geconfigureerd worden zodat wanneer een commando uitgevoerd wordt ook gelijk het aantal gespecificeedre channels aan het proces gehangen wordt:


CONFIGURE DEVICE TYPE DISK PARALLELISM 4;


Default channels kunnen gedefinieerd en verwijder worden met:


CONFIGURE CHANNEL DEVICE TYPE DISKFORMAT 'C:\Oracle\Backup\TSH1\%d_DB_%u_%s_%p';
CONFIGURE CHANNEL DISK CLEAR;


Het  configure commando kan gebruikt worden om tablepsaces te excluden van backups. Dit is vooral handig voor read-only tablespaces:


CONFIGURE EXCLUDE FOR TABLESPACE <tablespace> [CLEAR];


Het configure commando kan gebruikt worden om na iedere backup en run commando's automatisch een controlfile backup te maken om er voor te zorgen dat controlfile recovery altijd mogelijk is, ook bij verlies van de controlfile en er geen gebruik gemaakt wordt van een recovery catalog ( of als deze niet beschikbaar is:


CONFIGURE CONTROLFILE AUTOBACKUP [ON | OFF];
RESTORE CONTROLFILE FROM AUTOBACKUP;


De controlfile wordt opgelsagen in het volgende formaat: c-IIIIIIIIII-YYYYMMDD-QQ wat de database identifier, de datestamp van de backup en een hexidecimale sequence representeerd.

Tot slot zijn 2 commando's hernoemd om ze in de pas te laten lopen met het nieuwe configure commando:

 

zie ook

Betrouwbaarheids verbeteringen
Backup en Restore verbeteringen
Algemene verbeteringen

 

Advertentie

>

Poll

Voorkeur
 

Wie is er aanwezig

We hebben 262 gasten online